Het is zomer! Maak je hoofd leeg met deze yogaschrijfoefening. Het enige wat telt in deze oefening:

  1. Alles wat je schrijft is goed
  2. Niemand hoeft het te lezen, het is helemaal voor jou

Met plezier schrijven?
Zomer. Vrij. Even weg met alle kritische meelezers die iets van je tekst vinden. In mijn schrijfcoachings ontmoet ik veel mensen die het plezier in schrijven ‘ergens onderweg’ kwijtgeraakt zijn. Het zijn hoogopgeleide experts die schrijven voor beleid, voor klanten en voor kritische opdrachtgevers. De onderwerpen zijn complex. Voordat een tekst de deur uitkan, gaan er vele meelezers overheen. Dat zit ingebakken in het interne proces. En taal is van iedereen, dus elke meelezer vindt iets van de tekst. Het gevaar van teksten die lastig leesbare compromissen zijn geworden, ligt op de loer. En schrijvers worden er soms laaiend onzeker van.

Je schrijft geweldig
Laat je niet ontmoedigen. Je kunt schrijven. Ervaar weer eens hoe fijn het is om vrij te schrijven. En hoe goed je kunt schrijven! Deze creatieve schrijfoefening is een heerlijke voor lange vliegreizen en luie vakanties. Lekker met een pen en een schriftje, van de Frans hypermarché. Of zo.

Alles is goed
Alles wat je in deze yogaschrijfoefening opschrijft, is goed. Het gaat er niet om wat je schrijft. Het gaat erom dát je schrijft: dat je woorden en zinnen produceert. Zonder dat je vooraf of tijdens het schrijven nadenkt over de uitkomst. En zonder dat je kritisch bent. Of, zoals mijn oom altijd zei ‘Ach joh, kan jou ’t schelen?’

Vooraf

  • Zorg voor een rustige en voor jou fijne schrijfomgeving. Het liefst een omgeving waarin je niet gestoord kunt worden.
  • Heb pen en papier bij de hand.
  • Weet dat je alles wat je schrijft kunt weggooien. Niemand hoeft dit te lezen.

Begin

  • Schrijf tien tot vijftien woorden op die als eerste bij je opkomen. Alles is goed. Het zijn de woorden die in je hoofd zitten en die als eerste opkomen. Geef de gedachtestroom de ruimte. Het kan gaan om voorwerpen, ervaringen, boeken, films, vrienden en vriendinnen, wat je dwars zit, abstracte gedachten, beelden van de afgelopen dag of van je leven. Registreer alleen maar wat je brein je presenteert. Kies daar willekeurig woorden uit. En schrijf ze op.
  • Analyseer de lijst die je hebt opgeschreven. Vraag je af, zonder al te diep na te denken:
    • Waarom zou ik dit woord hebben opgeschreven?
    • Wat betekent het voor me?
  • Schrijf nu van de woorden een verhaal. Leg verbanden tussen de woorden en maak er zinnen van. Wees niet kritisch: het gaat niet om het resultaat en al helemaal niet om spelling. Denk niet te veel na, schrijf gewoon het eerste wat in je opkomt. Dat heet associatief schrijven. Schrijf zoals je tegen je beste vriend, vriendin of buurman praat.  Blijf schrijven. Denk niet na. Alles is goed.
  • Klaar? Lees het na en glimlach.
  • En gooi de tekst weer weg. Of bewaar ‘m, ergens.

Je kunt dit proces ook herhalen met themalijstjes. Bedenk bijvoorbeeld eens tien woorden in de emotie waarin je nu zit: blij, boos, verdrietig, enzovoorts. Welke woorden horen bij die emotie? Schrijf er willekeurig tien tot vijftien op. Analyseer je lijstje en ga schrijven. Veel plezier en fijne zomer.