Het Groot Dictee der Nederlandse Taal is niet meer. Ik weet hoe je Przewalskipaard spelt en ballalaikaspeelster, maar het hoeft niet meer. Zelf ben ik in 2013 afgehaakt bij het dictee van mijn taalheld Kees van Kooten. Dictee als middel om mensen op te voeden in de schoonheid van de taal werkt niet. Enigszins gefrustreerd door de vele fouten die ik als neerlandica maakte, om maar niet te spreken van het aantal huh!?-woorden, -ziet u een tangconstructie- sloeg ik het dictee twee jaar over. 

Waarschijnlijk had ik het niet begrepen en was het gewoon bedoeld als puur amusement. De finalist had ‘slechts’ 13 fouten. Een Vlaming natuurlijk.  Ook de jaren erna bleef het een verademing om te horen dat het gemiddeld aantal fouten ‘slechts’ 18 was, of 23.

Toch zal ik het missen. Met zo’n ouderwets schrijfblok op schoot, op de bank, pen in de aanslag. Philip Freriks als vertrouwd gezicht die met verve voordroeg en mocht hakkelen zoals Johan Cruijff de taal mocht toepassen in al haar mogelijkheden. Want mensen maken de taal. Dus wat nou ‘dictee’?  Misschien was het wel die drempel die de nekslag was voor het dictee. Het gevoel dat je het toch nooit goed deed. Natuurlijk is het niet handig als je op je website schrijft dat ‘de diensten worden ondersteunt door een team van enthousiaste medewerkers.’ Maar wat maakt het uit als je niet weet hoe je precies schrijft dat Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand een karmozijnrood gewaad draagt?

De aansluiting met de praktijk was zoek. Hoewel dicteezinnetjes als ‘Sorry, ik heb de intieme foto’s per ongeluk naar de hele afdeling ge-cc’d’ dan wel weer handig zijn voor in je archief. Die pak je er zo bij. Of ‘Zou de btw ervanaf kunnen?’ Niet dat de kans groot is dat de lezer erover valt als je schrijft ‘Zou de BTW ervan af kunnen’? De bedoeling is duidelijk, de btw moet eraf.

Ik hoop dat het nationaal dictee decentraal verder gaat. Elke gemeente of gemeenschap een eigen dictee; in eigentijdse vorm. Gewoon omdat taal kleurrijk is. Misschien een taalquiz in cafés, zoals de amusante popquiz die ik al vele jaren bijwoon in een naburig lokaal. Alle taal mag voorbijkomen, van tweet, rap tot overheidstaal. Van pleonasme, metafoor tot frame. Om taal te blijven minnen. En om zo af en toe nog een paar van die onmogelijke, prachtige woorden voorbij te horen komen, en er heel misschien nog iets van op te steken. En dan graag met Philip Freriks als presentator.

Als u nu ‘insinueert dat ik heimwee heb naar de leraar Nederlands als feniks, waarmee het zo is gegaan dat hij werkeloos achter de gerianiums zit, zal ik niet paranoia reageren, aangezien die accusatie een vrijwel cliché is.’