Turkoois of turquoise?

Jan Renkema legt het uit. De woorden hebben dezelfde betekenis, maar er is een tendens naar verschil in gebruik.

turkoois         blauwgroene halfedelsteen, de kleur van deze steen

  • Een hoofdtooi met een bijzondere variatie aan blauwe stenen: azuur, turkoois en lapis lazuli.

turquoise       de kleur van turkoois, de steen zelf

  • Deze parkietjes hebben eerder smaragdgroene dan turquoise vleugelvlekjes.

De naamgeving van deze ‘geneeskrachtige en beschermende’ siersteen verwijst naar Turkije, omdat de westerse wereld met deze steen kennismaakte via Turkse handelaren. Er wordt wel onderscheid gemaakt tussen turkoois als zelfstandig naamwoord en turquoise als bijvoeglijk naamwoord. Maar beide woorden komen in beide woordsoorten voor. We kunnen spreken over een turquoise zee, en over het turquoise van de zee dat zo mooi afsteekt tegen het witte strand.

De vorm turkooizen is als naamwoord dubbelzinnig. Het kan een zelfstandig naamwoord zijn, als meervoud van turkoois (de steen). Dus Daar liggen nog drie kleine turkooizen. Maar het kan ook een bijvoeglijk naamwoord zijn: een turkooizen armband. Wel wordt turquoise eerder gebruikt in de modewereld om een kleur aan te duiden, en turkoois eerder als het om de steen zelf gaat. Misschien wel daarom klinkt turquoise iets chiquer en verfijnder dan turkoois.

De variatie in bijvoeglijke naamwoorden – turquoise en turkooizen – is vooral interessant voor dicteeliefhebbers.

Wat moet je schrijven: een turquoise bordje of een turkooizen bordje? Beide vormen zijn goed, zeggen spellingdeskundigen, want beide woorden komen voor.

Nee, toch niet. Want je spreekt de woorden verschillend uit: een bordje van turquoise rijmt op ‘oase’, en een bordje van turkoois rijmt op ‘moois’. Let dus bij een volgend dictee met dit woord op de uitspraak ervan.

Deze tekst is overgenomen van: turkoois / turquoise (neerlandistiek.nl)